Orgel Festival Holland
 
Nieuwsbrief november 2020 
 
 
Fantasticus & OFH 2020
Concours
De locaties
Trailer ECHO
 
Eeuwenlang heeft de pest de Europese steden in de greep gehouden. Niet continu, maar vanaf de tweede helft van de veertiende eeuw tot in de negentiende eeuw is de ziekte met regelmaat een groot probleem en velen – jong en oud - eraan bezwijken eraan. Voor de Hanzestad Hamburg – met de vele handelscontacten met andere steden - is de pest geen onbekende geweest. Heinrich Scheidemann, organist van de Katharinenkirche, schijnt hieraan in 1663 te zijn overleden, 67 jaar oud. In datzelfde jaar woedt in Amsterdam een grote pestepidemie. Alkmaar - geen Hanzestad - blijft ook niet gevrijwaard en heeft in de zeventiende eeuw regelmatig met de pest te maken. Een echte epidemie heerst in 1652 en 1655, amper tien jaar nadat Germer van Hagerbeer het grote orgel in de Grote Kerk voltooit.
 
Verbanden leggen tussen gebeurtenissen in verleden en heden is altijd een verlokkende bezigheid voor de mens. Het is dan aantrekkelijk de huidige coronacrisis te vergelijken met de pest. Hebben bijvoorbeeld Sweelinck en Scheidemann concerten moeten afzeggen vanwege de veelvuldige pestuitbraken in de zeventiende eeuw, zoals nu vanwege Covid-19 op grote schaal gebeurt? Een donker scenario dat mogelijk ook ons festival in 2021 alsnog kan treffen.
 
Het Orgel Festival Holland neemt de huidige coronacrisis zeer serieus en volgt daarom nauwgezet de richtlijnen van de Nederlandse overheid. Maar het OFH wil ook zo lang mogelijk perspectief blijven bieden, ergens naar toe kunnen werken, voor de concours- en academiedeelnemers, de jury en andere musici en voor de festivalbezoekers en het gaat daarom gewoon door met de voorbereidingen.
 
 
 
Concert door barokensemble Fantasticus
 
Net voor de maatregelingen weer zijn aangescherpt, speelt het barokensemble Fantasticus op zaterdag 26 september j.l. een concert in de Grote Kerk. Het is georganiseerd door het Nationaal Instrumenten Fonds (NMF) en het OFH in de serie Rondom Bach. Het concert is een eerste aanloop naar het festival in 2021. Iedere luisteraar heeft vers van de naald de OFH-flyer gekregen met het programmaoverzicht van OFH 2021. Een succesvolle actie omdat de kerk maximaal bezet is.
 
Elise Dupont (viool), Pieter Dirksen (klavecimbel), Robert Smith (cello en gamba) en Pieter van Dijk (orgel) namen de luisteraars mee in virtuoze muzikale verhalen uit de zeventiende eeuw met die van Dietrich Buxtehude in de hoofdrol. Het is altijd weer verbazingwekkend hoe de gebruikte barokinstrumenten de ruimte draagkrachtig en soepel vullen. En ook hoe nauw het klankspectrum van het grote orgel zich bij viool, gamba en klavecimbel kan aansluiten, als een echt kamermuziekinstrument.
 
Het NMF en OFH zijn in het festival ook weer aan elkaar gelinkt door het in opdracht van het NMF gebouwde Monteverdi-orgel, dat in het openingsconcert zal klinken.
 
 
 
 
Het concours repertoire 2021
 
Volgend jaar is het 400 jaar geleden dat Jan Pietersz. Sweelinck op 59-jarige leeftijd is overleden. Het is dan niet verbazingwekkend dat de muziek van Sweelinck een belangrijke rol krijgt toebedeeld in het festival. Relaties leggen is leuk en het is in dit geval ook een vorm herdenken, respect betonen voor een buitengewoon organist en musicus, die ook wel de Orpheus van Amsterdam wordt genoemd.
In drie van de vier concoursrondes zijn composities van hem geprogrammeerd. Alleen in de tweede ronde, waarin het Müllerorgel van de Kapelkerk wordt gebruikt, ontbreekt Sweelinck’s muziek.
 
In de voorronde, die altijd al door het insturen van – tegenwoordig digitale - opnamen plaatsvindt, wordt gevraagd Sweelinck’s variaties over het oude kerstliedje ‘Puer nobis nascitur’ (‘Ons is geboren een kindeke soet’) op te nemen. Deze variatiereeks past mooi bij de kerstperiode waarin de opnamen gemaakt moeten worden en draagt hopelijk bij aan een vrolijke stemming bij de speler en zijn/haar omgeving. In dezelfde gedachte past Bach’s fughetta ‘Von Himmel hoch da komm ich her’. De voorjury is benieuwd hoe deze fijnbesnaarde composities vertolkt gaan worden. Met de Prelude, Trio en Fuga in Bes van Johann Sebastian Bach wordt naast subtiliteit ook een behoorlijk krachtinspanning gevraagd, zowel technisch, als qua interpretatie en registratie om van de delen een evenwichtig geheel te maken.
 
De eerste ronde in de Grote Kerk van Alkmaar is een echte ‘Sweelinckronde’. Naast het ‘Puer nabis nascitur’ in de voorronde, staat hier een tweede ‘sacrale’ variatiereeks van hem, ‘Christe qui lux et dies’, op het programma, maar er kan ook voor Psalm 140 gekozen worden. Vervolgens moet een van de toccata’s worden gespeeld.
De composities worden op het Van Covelensorgel uitgevoerd, een instrument dat bijna driekwart eeuw ouder is dan de Niehoff-orgels waar Sweelinck zelf op speelde. Dit levert bepaalde moeilijkheden op, die de kandidaat op muzikale wijze dient op te lossen. De keuzevrijheid voor de deelnemer is in deze ronde al behoorlijk groot, want voor zijn presentatie op het grote orgel moet een Magnificat met vier verzen worden samengesteld van Heinrich Scheidemann. Scheidemann, die zoals we lazen aan de pest is overleden, heeft enkele jaren bij Sweelinck in Amsterdam gewerkt en gestudeerd. In Hamburg bespeelde hij het orgel, dat Bach ook nog heeft gekend. Enkele jaren geleden is dit in de WOII verwoeste instrument gereconstrueerd door de orgelmaker Flentrop uit Zaandam. Flentrop restaureerde ook het Alkmaarse grote orgel in de jaren tachtig van de vorige eeuw.
Verbanden die instrumenten en muziek aan elkaar koppelen. Toch is de klankwereld van het Van Hagerbeer-Schnitgerorgel een geheel andere dan het Katharinenorgel en is het de opgave een overtuigend Magnificat van Scheidemann te laten horen, het pijpmateriaal van Van Hagerbeer wijst wellicht de weg….
 
Het repertoire van de tweede ronde neemt ons mee naar het midden van de achttiende eeuw. Centraal staat Contrapunctus 6 ‘in Franse stijl’ uit Bach’s Kunst der Fuge, een reeks fuga’s waarin hij de mogelijkheden van deze compositievorm tot zijn uiterste grenzen aftast. Contrapunctus 6 heeft een dermate complexe ritmische structuur, alsof Bach het stuk als het ware ‘dichtzet’ en de speler nauwelijks ruimte laat voor eigen vrijheden. Het lijkt wel of Bach hier de klinkende muziek voorbijgaat en louter geïnteresseerd is het inhoudelijk vervolmaken van de (fuga)vorm op papier. Dit vraagt veel van de concoursdeelnemer.
Dat doen ook de werken van twee dicht bij Bach staande componisten: zijn zoon Carl Philip Emanuel Bach en zijn leerling Johann Ludwig Krebs. Ze zijn echte leeftijdgenoten en allebei kiezen ze voor een geheel andere muziektaal dan van hun leraar. Beiden hebben na Bach’s dood tevergeefs geprobeerd hem op te volgen als cantor van de Thomaskirche in Leipzig. De orgelsonates van Carl Philip, waaruit gekozen moet worden, zijn allesbehalve ‘dichtgezet’. Vrij, grillig, virtuoos, lichtvoetig en open van klank zijn betere kwalificaties en vragen van de uitvoerder veel technisch en verhalend vernuft. Dit geldt ook voor de muziek van Krebs. Wellicht iets minder grillig en lichtvoetig, maar met gedurfde en soms vreemde harmonieën, net zo gewaagd en tegendraads.
Deze ronde is ronduit de moeilijkste van dit concours, want naast de veeleisende composities is ook het orgel van de Kapelkerk een instrument dat een speciale behandeling vraagt. Een helder en transparant achttiende-eeuwse klankbeeld zit vast aan een typische speelaard van een negentiende-eeuwse klaviatuur. Wie is in staat de materie zo naar zijn of haar hand te zetten dat de luisteraar ongestoord kan genieten van hemelse muziek?
 
In de finale draait het altijd om het beheersen van de zenuwen. Hoewel ook hier de te kiezen werken een hoge moeilijkheidsgraad kennen met de Fantasieën van Sweelinck, de triosonates en de grote Preludia en Fuga’s van Bach, gaat het vooral om concentratie en uithoudingsvermogen. Ook het bespelen van twee totaal verschillende orgels binnen een kort tijdbestek is niet eenvoudig en vraagt flexibiliteit en misschien ook wel een beetje ervaring. En dan ook nog volop in beeld zijn voor het publiek…
 
De inschrijftermijn voor het 14e Internationaal Schnitger Orgelconcours sluit op 31 januari 2021 om 23:59 uur. Er worden 10 deelnemers toegelaten.
De prijzen: Schnitgerprijs (1e prijs), 5.000 euro; Flentropprijs (2e prijs), 2.500 euro en Kingmaprijs (3e prijs), 1.000 euro.
Eerste ronde 18 en 19 juni, tweede ronde 22 juni en de finale 25 juni.
 
Informatie is te vinden op orgelfestivalholland.nl
 
 
 
De locaties met bijzondere orgels
 
Spreiding van activiteiten en afstand houden is het belangrijkste wapen in de strijd tegen het coronavirus. Maar bij het Van Covelensorgel is dit best lastig, want veel ruimte is er niet, boven bij de speeltafel. Maar het gezegde ‘van de nood een deugd maken’ is het Orgel Festival Holland op het lijf geschreven en daarom worden de activiteiten van met name de academie gespreid over meer locaties.
 
Behalve de Grote Kerk en de Kapelkerk, worden nu ook de andere Alkmaarse stadskerken ingezet, zoals de Lutherse kerk, de Doopsgezinde kerk, de Remonstrantse kerk en de Sint Laurentiuskerk. In deze laatste kerk staat een orgel van Bernard Pels uit 1950, dat in 2016 is gerestaureerd. Dit onder invloed van in de jaren vijftig van de vorige eeuw heersende neostijlen gebouwde orgel is voor dit festival een nieuw en ongewoon element. De academiedeelnemers krijgen hierdoor heel andere stof aangereikt om over na te denken.
 
Dat geldt ook voor het Nicholson & Co-orgel in de Christoforuskerk in Schagen. De klank van dit Engelse instrument is zo anders dan de ‘Hollandse’ orgels, dat vergelijken geen zin heeft. Het is een opzichzelfstaande klankwereld vol met uitersten, van zachte strijkers naar knetterende tongwerken, die om een heel ander gebruik en voorstellingvermogen vraagt. Het lunchconcert op maandag 21 juni wordt hier gespeeld door Tjeerd van der Ploeg met aansluitend een masterclass door Michel Bouvard.
 
De academie gaat ook naar Schermerhorn, een klein dorpje in de buurt van Alkmaar. In de Grote Kerk daar staat een bijzonder instrument waarvan de vermoedelijk maker Jacob Courtain uit Emmerich (D) is. Mede onder invloed van het Alkmaarse orgelmentoraat is dit orgel onlangs weer in goede staat gebracht. Het is in Alkmaar het enige ‘zuidelijk’ klinkende orgel. Benoît Mernier geeft hier een masterclass.
 
Lang is gedacht dat het orgel in de Grote Kerk van Oosthuizen tot de oudst bespeelbare orgels van Nederland hoorde. Een grondig onderzoek uit 2002 maakt echter aannemelijk dat dit instrument in de huidige toestand is gemaakt door Pieter Backer in ca 1670. Wel bestaat het orgel uit veel ouder materiaal, waaronder ook de kas mag worden gerekend. Oud of minder oud, het is een intrigerend instrument om naar te luisteren: dat zo’n klein orgel zo’n groot geluid voortbrengt, blijft verbazingwekkend. De masterclass van Johannes Strobl wordt hier gehouden.
 
In de ‘kerst’ nieuwsbrief meer over het repertoire van de academie
 
En ‘krappe’ speeltafels? Daar zijn vele oplossingen voor.
 
Krijg een indruk van enkele van deze orgels:
Schermerhorn, Grote Kerk: https://youtu.be/MwJdCw7WHuc
Alkmaar (Van Covelensorgel): https://youtu.be/A00tpAOueec
Alkmaar, Laurentiuskerk: https://youtu.be/PEy7zTX0i-w
 
 
 
 
ECHO in beeld
 
In deze bijzondere tijd probeert ook European Cities of Historical Orgens (ECHO), een samenwerkingsverband van orgelfestivals, nieuwe wegen te vinden op zichtbaar te zijn. Daarom is onlangs een trailer gemaakt, waarmee regelmatig online-activiteiten worden aangekondigd.
 
Alkmaar is als Nederlandse stad hierbij aangesloten. Bekijk hier de trailer met Alkmaar aan het slot.
 
 
 
This email was sent to
You received this email because you are registered with Orgel Festival Holland
 
 
SendinBlue
 
 
© 2020 Orgel Festival Holland